Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Het Plekkie van het Lege Bekkie

Watersport.

Als je een plezierjachtje koopt, dan heet het, dat je aan ‘watersport’ doet.

Wat wij doen, en velen met ons, is geen sport op of in het water, maar vertier op het water en soms in het water.

Elk weekeinde een plaatsje zoeken in onze Biesbosch om er gezellig met anderen te vertoeven. Lekker vissen, of met je rubberen of polyester bijbootje varen. Een boek lezen, naar de radio luisteren of teevee kijken. Of gewoon onder elkaar wat kletsen onder het genot van een drankje.

Ook is watersport voor ons op vakantie gaan met je bootje; Nederland door of zelfs het buitenland in.

Je kunt je voorstellen, dat in die ruim twintig jaren, dat we nu varen, wel het een en ander is gebeurd.

Hier een waar gebeurde belevenis  - uit de negentiger jaren - van ons, watersporters.

 

  ‘t Plekkie van ‘t Lege Bekkie!

Biesbosch vaarders hebben hun eigen benamingen voor hun favoriete aanlegplaatsen in de Biesbosch. Zo kennen wij het ’Eerste Gatje’ en het ‘Tweede Gatje’. Het eerste heeft een smalle invaart op Spijkerboor (die uitloopt op de Amer), maar het tweede is een zijarmpje van het Middelgat van de Plomp.

Om bij het Tweede Gatje te komen, moet je vanuit Spijkerboor de Sloot van St. Jan door varen en bakboord de Plomp in en dan weer het eerste stroompje aan bakboord in.

 

Zo kennen wij ook het plaatsje bij ‘D’n Boom’.

Ja, er staan honderdduizenden bomen in de Biesbosch. Maar als we elkaar via het bakkie (27MC-bak) oproepen en meedelen , dat we bij ‘D’n Boom’ liggen aangemeerd, weten we precies waar we moeten zijn.

Zo heb je ook nog ‘Koetjeboe-eiland’.  Dit is een plek in het Middelgat van de Plomp, waar sinds mensenheugenis Kiske Ligtvoet zijn boot ‘Koetjeboe’ aanmeert. Op deze manier krijgen naamloze oevers, stroompjes of eilandjes hun namen.

Voor ons is er een bijzonder aanlegplaatsje in het Middelgat van de Plomp, dat zijn naam dankt aan een leuke gebeurtenis tijdens een druk weekend.

 

Het is vrijdag avond.

We liggen met een viertal boten bijeen: de Dagaonogal, Don Pedro, Christa en de Thebo. Voor de pinnen in  de grond, achter de ankers uit. De loopplanken zijn goed bevestigd op de oevergrond, zodat we gemakkelijk van boord kunnen.

Rietje en Peter met de Don Pedro, Aaf en Christ met hun Christa, Thea en Bob met de Thebo en wij (Riet en ik) met onze Dagaonogal.

De werkweek zit er op en de ontspannende Nederlandstalige muziek weerklinkt uit een van de boten. Een flesje wijn wordt ontkurkt, bier schuimt tot diep in de glaskraag en ook een Portje wordt met genot achterover geslagen. Het is dus een gezellige en rustige avond.

En daarvoor zoeken we de rust van de Biesbosch op.

En dan gebeurt het wel eens dat het enorm gezellig wordt.

De tijd vliegt en de ochtend kondigt zich al aan, voordat wij zin hebben om onze kooien op te zoeken. De slaap is allang over.

Het is half vier in de ochtend en de zon verspreidt zijn eerste lichtstralen al over de vredige Biesbosch.

Bij een sanitaire pauze wordt gebruik gemaakt van het scheepstoilet. Maar mannen ‘wateren’ soms ook in de vrije natuur of kortweg over boord.

Zo ook heeft Peter last van een behoorlijke druk op zijn blaas.

Hij gaat naar buiten en we horen hem wat stommelen op het voordek van zijn schip. Dan komt ie terug, gaat op de bank zitten en zegt verwonderd: “Wa’k nou mee maok! M’n taande zèn in ‘t waoter gevalle!”

Wij lachen! Ge kent Peter: altijd goed voor een grap!

Er wordt al door verschillende personen – ik zal ze niet bij naam noemen – een gebit aangeboden. Maar die vrijgevigheid slaat Peter toch maar af.

“Neije,” vervolgt ie, “echt waor! Ik ben m’n taanden kwijt!  Ze zèn echt in ’t waoter gevalle!”

Hij opent demonstratief zijn mond en wijst naar zijn boven en onderkaak.

“Ge zieg’t toch: helemaal leeg!”

Wij lachen ons te pletter. Een van de twee heeft hij bijna nooit in. Boven of ondergebit, dat weten we zo gauw niet.

Maar Peter gaat ons precies vertellen wat er gebeurd is:

“Ik liep over ’t gangboord, prutste wa aon m’ne gullup om ‘m open te krijge en keek nie goed uit. Struikelde over ‘n touw, probeerde me mee m’n haanden nog op te vangen, mar kwaam mee m’n kin op de railing terecht. En ploeps: m’n gebit in ’t water!”

Ploeps! We komen niet meer bij.

Ja, die Peter, da’s  n’n mooie!  Daar kunde mee lachen!

Peter zelf blijft echter zeer ernstig kijken.

Hij meent wat ie vertelt. En als we eindelijk bijkomen uit de slappe lach, beseffen we dat hij bloed serieus is. Wij worden ook wat ernstiger.

“Dan motte we ’t op gaon duike,” stelt er ene uit de groep voor.

Wie, weten we niet meer.

Ja,  inderdaad. Opduiken!

Het is begin mei en de temperatuur van het water is niet erg hoog!  Maar een nieuw gebit kost ook een paar centjes.

Dan maar met een paar man het water in.

 

We gaan met z’n allen naar buiten.

Peter wijst de plek aan, waar hij met zijn baard de railing raakte en zijn gebit in het Noordergat van de Plomp verdween.

Ons Riet, Peter en Christ trekken kousen en schoenen uit (in omgekeerde volgorde) en lopen vanaf de walkant het water in. Zij betasten met hun blote voeten de drassige bodem van de Plomp. Gelukkig is het hier niet zo diep. Telkens als ze denken iets te voelen, halen ze met hun handen het ontdekte voorwerp boven water. Meestal is het hout, steen of een mosselschelp.

Ze zijn intussen door en door nat.

Koud hebben ze het niet, waarschijnlijk omdat ze goed van de ´antivries´ voorzien zijn!

`Hebbes!` klinkt plots de stem van Riet over het water.

Triomfantelijk houdt ze de tanden omhoog.

Wij met z’n allen juichen, alsof er een doelpunt gescoord is.

Peter reikt naar de uitgestoken hand van Riet, pakt het gebit en zet het meteen op zijn plaats in z´n mond.

’t Past!

`´t Lag op de bodem in een rottende vis!` roept Riet nog, maar Peter hoort niets meer. Hij is te blij dat hij zijn tanden terug heeft.

Wij ook blij natuurlijk. Iedereen blij!

Eerst de ´duikers´ handdoeken aangereikt en dan zo snel mogelijk proosten op het terugvinden van de tanden.

We praten nog een half uurtje na en dan zoekt iedereen zijn bed op. Het was een goede afsluiting van een gezellige avond.

 

En dat mooie aanlegplaatsje in het Noordergat van de Plomp heeft gelijk zijn definitieve naam van ons gekregen: ’t Plekkie van ’t Lege Bekkie’ !!!

 

Copyright Henk M. van Oosterwijk

Uit mijn boek: De spuigaten uit.

Link:  http://www.boekenbestellen.nl/boek/de-spuigaten-uit/9789082020328